Oracle
Categorie: Directe koppeling
Oracle-database. Directe koppeling. Let op: Oracle gebruikt een Service name (of het oudere SID) in plaats van een database-naam.
Verwachte input
Je voegt Oracle toe via de wizard Bron toevoegen. Naast de algemene velden die voor elke bron gelden — Bronnaam (uniek, 2–45 tekens; wordt de naam van de linked service en de basis voor de Key Vault-secrets adf-{bronnaam}-…), type, integration runtime, credentials voor alle omgevingen identiek?, vervaldatum credentials en tags — vraagt het Oracle-formulier om de volgende verbindingsvelden:
| Veld (label) | Toelichting |
|---|---|
| Host | Servernaam of IP-adres waarop Oracle draait. |
| Port | Luisterpoort van de listener (standaard 1521). |
| Service name | De Oracle Service name (of het oudere SID) — niet de database-naam. |
| User name | Gebruikersnaam van het databaseaccount. |
| Password | Wachtwoord van dat account. |
- Authenticatie: Basic — gebruikersnaam + wachtwoord.
- Integration runtime: kies
AutoResolveIntegrationRuntime(cloud) als de database publiek bereikbaar is. Staat Oracle on-premises of achter een firewall, kies dan een self-hosted integration runtime (in de meegeleverde templatepwccIntegrationRuntimeLinked). Zie Databron koppelen. - Secrets: wachtwoord en verbindingsgegevens worden nooit door de frontend opgeslagen. Ze gaan naar de Azure Key Vault van de klant onder de groep
adf-{bronnaam}-…; de linked service verwijst ernaar. Yres bouwt hierbij de server-string alshost:port/service_nameen bewaart deze samen met gebruikersnaam en wachtwoord als aparte secrets (adf-{bronnaam}-server,adf-{bronnaam}-username,adf-{bronnaam}-password).
Yres gebruikt voor Oracle de driver versie 2.0. Hierbij zijn versleuteling (encryptionClient=accepted, AES/3DES) en een crypto-checksum (SHA) standaard ingeschakeld. Dit hoef je zelf niet in te stellen; de wizard regelt het.
Voorwaarden
- Een databaseaccount met alleen-lezen rechten (least privilege) op de betreffende schema's — gebruik bij voorkeur een apart serviceaccount in plaats van een persoonlijk of admin-account.
- Bij een on-prem/gefirewallde database: een geïnstalleerde en gepubliceerde self-hosted integration runtime die de Oracle-server kan bereiken.
Gegevens ophalen
Deze waarden komen van je databasebeheerder (DBA) of uit de bestaande JDBC/ODBC-connectiestring.
- Host / Port — Host is de servernaam of het IP-adres waarop Oracle draait; Port is de luisterpoort van de listener (standaard 1521). Te vinden in de serverconfiguratie of op te vragen bij je DBA.
- Service name — Oracle gebruikt een Service name (of het oudere SID) in plaats van een database-naam. De service name staat in het
tnsnames.ora-bestand op de server/client, is op te vragen vialsnrctl statusop de server, of bij je DBA. - Username / Password — Gebruik bij voorkeur een apart serviceaccount met alleen-lezen rechten (least privilege) op de betreffende schema's, in plaats van een persoonlijk of admin-account.
Staat de database achter een firewall of on-premises? Dan is een Integration Runtime nodig om de verbinding tot stand te brengen — zie Databron koppelen.
Load types en delta
Oracle ondersteunt de standaard load types (FULL, DELTA, OVERWRITE, RELOAD, IMAGE, ADDITIONAL). Als SQL-gebaseerde bron kun je bij een delta-load twee deltakolommen instellen.
Officiële documentatie: Oracle JDBC — Database URLs and Database Specifiers
Zie ook: Integratiecatalogus · Alle databron-vereisten · Integraties — overzicht