Ga naar hoofdinhoud

OneStream

Categorie: REST · 🧪 Preview

Corporate Performance Management. Preview — deze connector kan instabiel zijn.

Verbindingseisen

  • URL
  • Application
  • Authentication type (OAUTH2 of PAT)
  • Bij OAUTH2: Client ID · Client secret · Access token URL
  • Bij PAT: Personal access token (PAT)

Verwachte input

OneStream koppelt via de REST API. Je vult in het wizard-scherm de volgende velden in. De authenticatiemethode kies je zelf via het keuzeveld Authentication type: OAuth 2.0 client-credential (OAUTH2) of een Personal Access Token (PAT).

Altijd vereist:

  • URL — De basis-URL van de OneStream REST API van jouw omgeving (de Web API / OneStream-server-URL).
  • Application — De naam van de OneStream-applicatie waaruit data wordt gehaald.
  • Authentication type — Keuzeveld met twee opties: OAUTH2 of PAT. De rest van de velden hangt af van je keuze.

Bij Authentication type = OAUTH2 (OAuth 2.0, client_credentials):

  • Client ID + Client secret — Komen uit de geregistreerde applicatie bij je identity provider (Azure AD / Microsoft Entra ID, Okta of PingFederate) die de OneStream Web API gebruikt. Kopieer de client secret direct na aanmaak — deze is meestal maar één keer zichtbaar.
  • Access token URL — De token-endpoint van die identity provider. Bij Azure AD is dat https://login.microsoftonline.com/<tenant-id>/oauth2/v2.0/token.

Bij Authentication type = PAT:

  • Personal access token (PAT) — Een persoonlijk toegangstoken dat je in OneStream aanmaakt.

Authenticatie: OAuth 2.0 client-credential (OAUTH2) of Personal Access Token (PAT). Onder water bouwt Yres een linked service van het type RestService met authenticatie Anonymous; het token of de OAuth-credentials worden als HTTP-credential meegegeven vanuit Key Vault.

Integration runtime: Standaard de cloud-IR AutoResolveIntegrationRuntime. OneStream is via HTTPS bereikbaar, dus een self-hosted integration runtime is normaal gesproken niet nodig. Yres schrijft de gekozen integration runtime mee in de linked service (connectVia); selecteer een self-hosted IR alleen als jouw OneStream-omgeving uitsluitend binnen een afgeschermd netwerk bereikbaar is.

Voorwaarden (prerequisites):

  • Bij OAUTH2: een geregistreerde applicatie bij je identity provider (Azure AD / Entra ID, Okta of PingFederate) met een client secret, geautoriseerd voor de OneStream Web API. Laat deze door je OneStream-beheerder configureren en aanleveren.
  • Bij PAT: een Personal Access Token dat in OneStream is aangemaakt.
  • De ingevulde geheimen worden door Yres opgeslagen in jouw Azure Key Vault onder de naamgeving adf-{bronnaam}-…. Bij OAUTH2 zijn dat onder meer adf-{bronnaam}-clientId, adf-{bronnaam}-clientSecret, adf-{bronnaam}-url, adf-{bronnaam}-application en adf-{bronnaam}-authType; bij PAT zijn dat adf-{bronnaam}-token, adf-{bronnaam}-url, adf-{bronnaam}-application en adf-{bronnaam}-authType. De frontend bewaart zelf nooit geheimen.
Preview

Deze connector staat als preview gemarkeerd en kan instabiel zijn. Reken er bij productiegebruik niet op dat het gedrag definitief vastligt.

Gegevens ophalen

Laat de waarden hierboven door je OneStream-beheerder configureren en aanleveren. OneStream wordt door Yres als REST-bron behandeld; metadata-detectie en het toevoegen van tabellen verlopen via het REST-mechanisme van de bron.

Officiële documentatie: OneStream Web API Authentication · Azure AD (Microsoft Entra ID) Configuration.


Zie ook: Integratiecatalogus · Alle databron-vereisten · Integraties — overzicht