Ga naar hoofdinhoud

Microsoft Graph

Categorie: OData · REST

Microsoft 365-data via Microsoft Graph (https://graph.microsoft.com/v1.0). Graph is de onderliggende koppeling voor scenario's als Teams en Office 365: je registreert één Microsoft Entra ID-app (Azure AD) en authenticeert met OAuth2.

Verwachte input

In de wizard Bron toevoegen vul je de volgende velden in (frontend-preset Graph, formulier getFormAddGraph.ts):

VeldToelichting
URLAlleen-lezen; vast op https://graph.microsoft.com/v1.0.
Token URLAlleen-lezen; automatisch samengesteld uit je tenant: https://login.microsoftonline.com/{tenant}/oauth2/v2.0/token.
Tenant IDDe Directory (tenant) ID van je Microsoft Entra-tenant (GUID).
Client IDDe Application (client) ID van de geregistreerde app (GUID).
Client SecretHet client secret van de app (wordt als geheim behandeld).
ScopeDe OAuth-scope, bijv. https://graph.microsoft.com/.default.
Grant TypeKeuze Client Credentials of Authorization Code. Bij Authorization Code verschijnt een extra veld Refresh token (verplicht).

Verborgen, vast ingestelde waarden voor deze bron: paginationType=BodyUrl, body_url=@odata.nextLink en authenticationType=Anonymous (de OAuth-token wordt door de pipeline opgehaald en als header meegestuurd; paginering volgt de Graph-@odata.nextLink).

Authenticatie

OAuth2 via een Microsoft Entra ID (Azure AD) service principal. Je levert tenant ID, client ID en client secret aan; afhankelijk van Grant Type gebruikt Yres de client-credential-flow (client credentials) of de authorization-code-flow (met refresh token).

Integration runtime

Standaard de cloud-runtime AutoResolveIntegrationRuntime — Microsoft Graph is publiek bereikbaar over HTTPS, dus dit is doorgaans de juiste keuze. Een self-hosted integration runtime is alleen nodig als je het verkeer via een afgeschermd of on-prem netwerk moet routeren.

Waar de gegevens terechtkomen

De frontend slaat geen geheimen op. De http-url, client ID, client secret en grant type gaan als secrets naar de Azure Key Vault van de klant, onder de groep adf-{bronnaam}-… (de bronnaam die je in de wizard kiest, wordt de naam van de linked service én de prefix van de Key Vault-geheimen). Het refresh token, de scope en de token-URL staan in de tabel Config.Tokens in de klant-DWH-database, waar de token-flow ze gebruikt. De linked services zelf staan op Anonymous en refereren alleen het http-url-secret.

Vereisten (prerequisites)

  1. Registreer een app in Microsoft Entra ID (Azure AD). Microsoft Entra-beheercentrum → Identity → Applications → App registrations → New registration.
    • Client ID — staat na registratie op de Overzicht (Overview)-pagina als Application (client) ID.
    • Tenant ID — eveneens op de Overzicht-pagina als Directory (tenant) ID.
  2. Maak een client secret aan onder de app → Certificates & secretsNew client secret. Kopieer de Value direct; deze waarde wordt maar één keer getoond.
  3. Voeg Microsoft Graph-permissies toe onder API permissions (application- of delegated-permissies, afhankelijk van je scenario) en laat een beheerder admin consent verlenen.
  4. Bepaal de Grant Type. Voor service-to-service-toegang (achtergrond, zonder ingelogde gebruiker) gebruik je Client Credentials. Voor toegang namens een gebruiker gebruik je Authorization Code en lever je daarnaast een Refresh token aan.

Officiële documentatie: Een applicatie registreren bij het Microsoft identity platform


Zie ook: Integratiecatalogus · Alle databron-vereisten · Integraties — overzicht