Ga naar hoofdinhoud

SharePoint

Categorie: Azure

Microsoft SharePoint-lijsten en -documenten. SharePoint is een bestandsbron: na het koppelen selecteer je bestanden (geen metadata-refresh van tabellen).

Verwachte input

In de wizard Bron toevoegen vul je de volgende velden in (formulier getFormAddSourceSharePoint.ts):

VeldToelichting
SharePoint site URLAlleen-lezen; automatisch samengesteld als https://<tenant>.sharepoint.com/<postfix>.
AD tenant nameDe tenantnaam (het <tenant>-deel van https://<tenant>.sharepoint.com).
PostfixHet pad-achtervoegsel: sites, teams, personal of leeg. Bepaalt waar de site/team staat.
AD tenant IDDe Directory (tenant) ID van je Microsoft Entra-tenant (GUID).
Application ID / Service principal IDDe Application (client) ID van de geregistreerde app (GUID).
Application secret / Service principal keyHet client secret van de app (wordt als geheim behandeld).

De postfix wordt ook in de relatieve dataset-URL's verwerkt (sites/teams/personal).

Authenticatie

Azure AD / Microsoft Entra service principal (app-only). Je registreert een app, geeft die toegang tot de SharePoint-site en levert client ID, client secret en tenant ID aan.

Authenticatie-implementatie

De linked service wordt in ADF aangemaakt als HttpServer met authenticationType: Anonymous (template linkedService/Sharepoint.json); de daadwerkelijke service-principal-authenticatie wordt afgehandeld door de metadata- en data-pipelines op basis van de opgeslagen clientId, clientSecret en tenantId. Dit is een implementatiedetail van de (afgeschermde) backend.

Integration runtime

Standaard de cloud-runtime AutoResolveIntegrationRuntime — SharePoint Online is publiek bereikbaar, dus dit is doorgaans de juiste keuze. De gekozen runtime wordt via withConnectVia in de linked service geschreven; een self-hosted integration runtime is alleen nodig als je de bron via een afgeschermd netwerk benadert.

Geheimen in Key Vault

De frontend slaat geen geheimen op. De ingevoerde waarden gaan naar de Azure Key Vault van de klant en worden vanuit de linked service gerefereerd. SharePoint schrijft de volgende geheimen weg onder de groep adf-{bronnaam}-…:

  • adf-{bronnaam}-http-url
  • adf-{bronnaam}-clientId
  • adf-{bronnaam}-clientSecret
  • adf-{bronnaam}-tenantId
  • adf-{bronnaam}-tenantName

(De bronnaam die je in de wizard kiest, wordt de naam van de linked service én de prefix van de Key Vault-geheimen.)

Vereisten (prerequisites)

  1. Registreer een app in Microsoft Entra ID (Azure AD). Azure Portal → Microsoft Entra IDApp registrationsNew registration.
    • Application ID / Service principal ID — staat na registratie op de Overzicht (Overview)-pagina als Application (client) ID.
    • AD tenant ID — eveneens op de Overzicht-pagina als Directory (tenant) ID.
    • AD tenant name — het <tenant>-prefix van je tenant (bv. <tenant>.onmicrosoft.com of <tenant>.sharepoint.com).
  2. Maak een client secret aan onder de app → Certificates & secretsClient secretsNew client secret. Kopieer de Value direct; deze wordt maar één keer getoond.
  3. Sla App ID + secret op in Azure Key Vault (in de resource group van de omgeving) — dit verloopt automatisch via de wizard.
  4. Geef de app toegang tot de site. De klassieke route is https://<tenant>.sharepoint.com/sites/<site>/_layouts/15/appinv.aspx: vul de App ID in → Lookup → ken een permissie-XML toe met FullControl op de site collection (http://sharepoint/content/sitecollection/web).

Officiële documentatie: Een app registreren in Microsoft Entra ID


Zie ook: Integratiecatalogus · Alle databron-vereisten · Integraties — overzicht