SAP Datasphere
Categorie: Azure-opslag (AzureBlobFS / SAS) · 🏅 Official partner
SAP Datasphere. Official partner. Binnen Yres wordt Datasphere ontsloten als een AzureBlobFS / SAS-bron — dezelfde verbindingsvorm als SAP Business Data Cloud (SAP_BDC) en Azure Blob Storage.
SAP Datasphere en SAP Business Data Cloud (SAP_BDC) zijn twee verschillende SAP-producten — geen synoniemen. Ze hebben elk een eigen ADF-linked-service-template (Datasphere.json resp. SAP_BDC.json), maar beide hebben dezelfde vorm: type: AzureBlobFS met een SAS-uri op het dfs.core.windows.net-endpoint. SAP_BDC heeft een eigen invoerformulier in de webapp; voor Datasphere wordt dezelfde SAS-invoer gebruikt.
Verwachte input
Datasphere wordt aangesloten via een AzureBlobFS-linked service met een SAS-uri op een Azure Data Lake-/Blob-endpoint (dfs.core.windows.net). De verbindingsvorm is identiek aan die van SAP Business Data Cloud.
Velden
De verbinding gebruikt dezelfde SAS-gebaseerde invoer als het SAP_BDC-formulier (getFormAddSapBdc.ts):
| Veld | Toelichting |
|---|---|
| Sas uri | De host-uri van het opslag-endpoint, vorm https://<host>/ (alleen de hostnaam, met afsluitende slash — dit wordt gevalideerd). |
| Container | De container/het filesystem binnen het opslag-endpoint waarin de Datasphere-export staat. |
| Sas token | Het SAS-token dat toegang verleent. Moet de parameters sig, sp, se, spr en st bevatten en mag niet met een ? beginnen (dit wordt gevalideerd). |
Authenticatie
- SAS-token (Shared Access Signature) — geen gebruikersnaam/wachtwoord. De SAS-uri, het token en de container worden als secrets opgeslagen in de Azure Key Vault van je omgeving en door de linked service gerefereerd; de frontend bewaart nooit secrets.
Integration runtime
- Cloud (
AutoResolveIntegrationRuntime). Het opslag-endpoint is publiek bereikbaar via HTTPS. DeAzureBlobFS-template zet geenconnectViaen draait dus op de cloud-IR — net als SAP_BDC en Azure Blob Storage. Een self-hosted integration runtime is hier niet nodig.
Vereisten
- Een Azure Data Lake-/Blob-endpoint (
dfs.core.windows.net) waarop de Datasphere-export staat of naartoe wordt geschreven. - Een geldig SAS-token met minimaal lees-/lijstrechten op de container, en de bijbehorende SAS-uri (host) en containernaam.
- Een Key Vault-secret volgens de Yres-naamconventie
adf-{bronnaam}-{suffix}(bv.adf-{bronnaam}-sas-uri,adf-{bronnaam}-sas-token,adf-{bronnaam}-container). De waarden worden bij provisioning vanuit Key Vault geïnjecteerd, niet vanuit de frontend. - (Aanbevolen) Een vervaldatum op het SAS-token. Vul die ook in het wizard-veld credentials expiry in, zodat Yres je tijdig waarschuwt voordat het token verloopt.
Let op: de waarden in de meegeleverde
Datasphere.json(host, endpoint) zijn voorbeeld-/seeddata voor de dev-factory, geen klant-specifieke configuratie. De vorm van de linked service is leidend, de hostnamen niet.
SAP Datasphere is geen zelfstandige keuze in de "Bron toevoegen"-wizard: in de bronpicker (SourceField.tsx / CreateSource.tsx) staat geen Datasphere-item, en er is geen DatasphereSource.php (alleen een Datasphere.json-template). Je koppelt Datasphere daarom via het SAP_BDC-formulier (zelfde SAS-invoer).
Data klaarzetten in SAP Datasphere
Om data via dit AzureBlobFS/SAS-pad te ontsluiten, exporteer je vanuit Datasphere naar een Azure Data Lake-/Blob-container en deel je die via een SAS-token. Een Datasphere-beheerder zet daarvoor de gewenste view of het analytic model klaar.
- Data exposen — Stel in Datasphere de view of het analytic model bloot voor consumptie (markeer als Expose for Consumption).
- Export naar opslag — Schrijf de geëxposeerde data weg naar een Azure Data Lake-/Blob-container (het
dfs.core.windows.net-endpoint dat je in de Sas uri opgeeft). - SAS-token — Genereer op dat storage-account een SAS-token met minimaal lees-/lijstrechten en een vervaldatum (Azure Portal → storage-account → Security + networking → Shared access signature). Het token is het deel ná het
?; bewaar het direct, want het wordt maar één keer getoond.
Alternatief: consumption-/OData-API
SAP Datasphere kan data ook rechtstreeks via een consumption-/OData-API ontsluiten. Dit pad valt buiten de meegeleverde Datasphere.json-template (die is AzureBlobFS/SAS), maar is bruikbaar als je Datasphere als generieke OData- of OData (OAuth)-bron koppelt.
- Data exposen — Markeer de view of het analytic model als Expose for Consumption. De OData-URL volgt het patroon
https://<tenant-host>/api/v1/dwc/consumption/relational/<space>/<object>/<object>(of.../analytical/...voor analytic models). - OAuth-client — Een Datasphere-beheerder maakt een OAuth 2.0-client aan (System → Administration → App Integration). Daaruit komen de Client ID, Client secret, Authorization- en Token-URL voor de OAuth-flow.
- Database-alternatief — In plaats van OData kun je ook een database-/Open SQL-schemagebruiker gebruiken voor een directe databaseverbinding.
Officiële documentatie: Consuming Data via the OData API · Create OAuth2.0 Clients to Authenticate Against SAP Datasphere · Grant limited access to data with shared access signatures (SAS)
Load-types
SAP Datasphere is via dit pad een bestand-/opslagbron: Yres leest de structuur uit de geëxporteerde bestanden in de container, niet uit een databasedictionary. Je voegt per bestand (of bestandspatroon) een tabel toe en kiest daarbij het gewenste load-type, net als bij andere bronnen.
Zie ook: SAP Business Data Cloud (SAP HANA) · Azure Blob Storage · Azure Data Lake · Integratiecatalogus · Alle databron-vereisten · Integraties — overzicht