Ga naar hoofdinhoud

File Server

Categorie: Bestand

Bestanden vanaf een (lokale) file server of netwerk-share, bereikt via een self-hosted Integration Runtime.

Verwachte input

In de wizard Bron toevoegen vul je eerst de standaardvelden in (bronnaam, type, integration runtime, credentials gelijk voor alle omgevingen?, vervaldatum credentials, tags) en daarna het File Server-formulier.

Verbindingsvelden (formulier File Server):

VeldBeschrijving
Host / File path on integration runtimeHet UNC-pad naar de share of het pad op de machine waarop de IR draait. Voorbeeld (placeholder in het formulier): \\SERVERNAME\SharedFolder.
User nameEen Windows-/fileshare-account met leesrechten op dat pad, meestal in de vorm DOMEIN\gebruiker.
PasswordHet wachtwoord van dat account.
  • Authenticatie: Windows-gebruikersnaam + wachtwoord (Basic). De bronnaam wordt de naam van de linked service; het wachtwoord wordt nooit door de frontend bewaard.
  • Integration runtime: een self-hosted Integration Runtime is verplicht. Een File Server wordt via een UNC-/bestandspad gelezen, dat niet vanuit de cloud bereikbaar is. AutoResolveIntegrationRuntime (cloud) werkt hier niet. De gekozen IR wordt door de backend in de linked service gezet (withConnectVia); de template FileServer.json verwijst naar pwccIntegrationRuntimeLinked.

Vereisten vooraf

  • Self-hosted Integration Runtime geïnstalleerd op een machine binnen het netwerk waar de bestanden staan, en gepubliceerd zodat hij in de IR-dropdown verschijnt. Zonder deze IR kan de bron niet worden gekoppeld.
  • Een Windows-/fileshare-account met leesrechten op het opgegeven pad, geldig vanaf de machine waarop de IR draait.
  • Netwerktoegang vanaf de IR-machine naar de share (firewall/SMB).
Key Vault-secret

Het wachtwoord wordt als secret adf-{bronnaam}-connectionstring in de Key Vault van de klant geplaatst (de moderne FileServerSource-builder).

Gegevens ophalen

De self-hosted IR is een agent die je installeert op een machine binnen het netwerk waar de bestanden staan. Yres benadert de bestanden via die agent.

  • Host / bestandspad — het UNC-pad naar de share (\\server\share\map) of een lokaal pad als de IR op die machine draait. Te bepalen samen met je systeem-/netwerkbeheerder.
  • User name — een account met leesrechten op die map, meestal DOMEIN\gebruiker.
  • Password — het wachtwoord van dat account.

Zorg dat het opgegeven account daadwerkelijk leestoegang heeft tot het pad vanaf de machine waarop de Integration Runtime is geïnstalleerd.

Let op: een File Server is een bestandsbron. Voor bestandsbronnen wordt de metadata-stap (GetMetaData) overgeslagen; je definieert de bestanden en het parsen rechtstreeks bij het toevoegen van de tabellen/bestanden.

Officiële documentatie: Kopiëren van/naar een file system (Azure Data Factory)


Zie ook: Integratiecatalogus · Alle databron-vereisten · Integraties — overzicht