Ga naar hoofdinhoud

Admin

Het Admin-paneel is de plek waar organisatiebeheerders Yres besturen: gebruikers en rollen, mededelingen, beveiliging (firewall, secrets), het bijwerken van omgevingen en — per omgeving — de DWH-instellingen, health checks en datawarehouse-logs.

De Admin-sectie kent twee niveaus:

  • Applicatiebreed — geldt voor de hele organisatie en al haar omgevingen (bijv. gebruikers, rollen, mededelingen, firewall, applicatie-instellingen).
  • Environment admin — instellingen en overzichten die per omgeving (dev / test / acc / prod) verschillen (bijv. DWH settings, health checks, DWH logs, Azure resources). Wissel van omgeving met de omgevingsschakelaar rechtsboven.
Permissies

Niet elke gebruiker ziet alle Admin-schermen. De zichtbaarheid hangt af van de rol-permissies (zie Users & Roles). Organisatie-admins werken altijd binnen hun eigen organisatie.

Alle schermen & routes

De volledige lijst schermen van de app met hun route en velden staat in Webapp-schermen.

Panel — Users & Roles

Route: /admin/panel. Het centrale beheerscherm met links een Users-tabel en rechts een Roles-tabel.

Admin-paneel met een Users-tabel (naam, e-mail, rol, SSO) links en een Roles-tabel rechts.

Het scherm bestaat uit:

  1. Users-tabel — toont per gebruiker name, email, role en of SSO actief is (sso).
  2. Add user — maak een gebruiker aan met e-mail, rol en de keuze of Microsoft Azure single sign-on (SSO) verplicht is. Nieuwe gebruikers ontvangen een e-mail met een standaardwachtwoord, dat ze (samen met hun naam) zelf wijzigen in Account settings.
  3. Roles-tabel — naast de standaardrollen kun je eigen rollen aanmaken.
  4. Permissies — rollen volgen meestal een CRUD-structuur (Create / Read / Update / Delete) per permissietype. Permissies die niet in CRUD passen (zoals het bouwen van ADF-code) staan onder "Other". Een aangemaakte rol koppel je aan een gebruiker via het rol-dropdown.

Users

  • Aanmaken met e-mail, rol en of SSO verplicht is.
  • De nieuwe gebruiker krijgt een mail met standaardwachtwoord.

Create user: e-mailadres, rol en of Microsoft Azure SSO verplicht is. Een nieuwe gebruiker aanmaken: e-mailadres, rol en of Microsoft Azure single sign-on verplicht is.

Roles

  • Standaardrollen plus eigen rollen, doorgaans CRUD per permissietype.
  • Permissies buiten CRUD staan onder "Other".

Een eigen rol maak je met de Create role-wizard in drie stappen:

Create role-wizard stap 1: geef de rol een naam. Stap 1 — Name: geef de rol een herkenbare naam.

Create role-wizard stap 2: CRUD-permissies per resource. Stap 2 — CRUD: vink per resource (Users, Settings, Datasources, …) Read/Create/Update/Delete aan.

Create role-wizard stap 3: overige permissies met Allow-schakelaars. Stap 3 — Other: permissies die niet in CRUD passen (changes releasen, pipelines draaien, bouwen, …).

Announcements

Route: /admin/announcements. Stuur berichten naar alle gebruikers of alleen die van een specifieke organisatie (organisatie-admins bereiken alleen hun eigen organisatie). Mededelingen verschijnen op de homepage en zijn handig voor bijvoorbeeld gepland onderhoud of een aankomende release.

Announcements: lijst met titel, prioriteit en periode, plus een Create-formulier met Markdown-body.

  1. Create — open het formulier om een nieuwe mededeling op te stellen.
  2. Body (Markdown) — de tekst ondersteunt Markdown (headers, lijsten, links).
  3. Start- en einddatum — beide optioneel. Leeg gelaten = direct zichtbaar tot de mededeling wordt verwijderd.
  4. Notify Users — toont de melding ook in de notificatie-tab bovenin de topbar.
  5. Priority — zet de mededeling bovenaan de lijst op de homepage.

Audit Logs

Route: /admin/auditlogs. Monitor acties van organisatiegebruikers: user-agent, client-IP en extra eigenschappen per logtype. Filterbaar op datumrange, severity of gebruiker.

Audit Logs: filters (Date, Events, Users) boven een tabel (Causer, Organization, Action, Subject, Description, IP, created).

Bovenaan staan de filters (Date, Events, Users); daaronder een tabel die per actie de Causer, Organization, Action, Subject, Description, IP en het tijdstip (created) logt, zodat gebruikersacties binnen de hele organisatie traceerbaar zijn.

Database overview

Route: /admin/databases. Bekijk alle databases die de organisatie gebruikt. Heb je een eigen (custom) database toegevoegd, dan werk je die hier direct bij.

Database(s): de Azure SQL-databases per omgeving met host, poort, server en database-naam.

De Azure SQL-databases per omgeving met host, poort, server en database-naam.

Firewall

Route: /admin/firewall. Sta toe of weiger toegang per IP-adres, zodat admins bepalen vanaf waar Yres benaderd mag worden. Dit verhoogt de beveiliging door netwerktoegang te beperken.

Firewall: tabel met IP-regels (label, IP/CIDR, Allow of Deny) en een Create-formulier.

  1. Create — voeg een IP-regel toe.
  2. IP-adres / CIDR + label — leg het bereik vast en geef het een herkenbare naam.
  3. Allow of Deny — bepaal of het bereik toegang krijgt of geblokkeerd wordt.

PowerBI Models

Route: /admin/powerBiCredentials (en de modellen-weergave). Beheer unified models per omgeving, zodat de juiste modellen worden aangeroepen — bijvoorbeeld bij een refresh via de master pipeline.

Power BI models: koppel Power BI-workspaces en -modellen per omgeving via een app-registratie voor het embedded BI-dashboard.

Koppel Power BI-workspaces en -modellen per omgeving via een app-registratie, voor het embedded BI-dashboard.

Setup: voeg eerst een databron van type PowerBI toe (zie databron-vereisten). Daarna verschijnt de tenant in de tenants-sectie en kun je de bijbehorende workspaces en modellen ophalen. Per credential-set wordt de vervaldatum getoond.

Rebuild

Route: /admin/rebuild. Reset data naar fabrieksinstellingen — voor de hele organisatie óf alleen de Azure Data Factory.

Rebuild: twee acties, "Rebuild All" (organisatie) en "Rebuild ADF" (data factory), om drift te herstellen.

Twee acties: Rebuild All zet de hele organisatie terug en Rebuild ADF alleen de data factory.

Gebruik Rebuild ADF wanneer iemand handmatig ADF-code heeft aangepast of verwijderd: Yres herbouwt de data factory vanuit de bekende configuratie en herstelt zo de drift.

Onomkeerbaar

Rebuild overschrijft alle configuratie die niet via de Yres-frontend is gedaan. Gebruik dit met grote voorzichtigheid.

Settings (hele applicatie)

Route: /admin/settings. Geldt voor álle omgevingen van de organisatie. Bevat onder andere het aantal parallelle processen waarmee bronnen in de database en/of de Data Lake geladen worden (een geheel getal tussen 1 en 50).

Settings: instelbare waarden (Label/Value) zoals de Dynamic Workflow batch count en de ADF publish-filter, plus een Danger Zone.

Organisatiebrede, instelbare waarden (Label/Value) zoals de Dynamic Workflow batch count en de ADF publish-filtertekst, plus een Danger Zone voor destructieve acties.

Elke instelling is een Label/Value-paar — onder andere het aantal batches voor de Dynamic Workflow en de publish-filtertekst waarmee Yres bepaalt welke ADF-objecten gepubliceerd worden.

Onder de instellingen staat de Danger Zone. Hier zeg je het abonnement op door de organisatie te verwijderen. Dit raakt je Azure-omgeving niet — het verwijdert alleen de organisatie uit de Yres-portal.

Verschil met DWH settings

"Settings" hier is applicatiebreed. De per-omgeving DWH-instellingen (servicetier, schema-namen, paginatie) staan onder Environment Settings en gelden alleen voor de gekozen omgeving.

Secrets

Route: /admin/secrets. Bekijk de secrets in de bijbehorende Azure Key Vault, met hun scope en eventuele vervaldatum. Met de juiste permissie kun je een waarde bijwerken. Yres bewaart credentials nooit in de frontend; ze staan altijd in de Key Vault van de klant.

Secrets: een vervalkalender met daaronder een tabel met secrets (Name, Expires_at, Status valid/expires-soon).

Een vervaloverzicht (kalender) bovenaan en daaronder een tabel met de opgeslagen secrets — Name, Expires_at en Status (valid / expires-soon). Dit zijn de broncredentials in de Key Vault; Yres waarschuwt voordat ze verlopen.

Shared integration runtimes

Route: /admin/shared-integration-runtimes (beschikbaar vanaf versie 1.55). Beheer self-hosted integration runtimes voor ADF. Een IR vereist een naam en beschrijving. Na het aanmaken download je via het info-icoon de Microsoft IR-tool en registreer je de runtime met de getoonde keys.

Shared Integration Runtimes: self-hosted IR's die gedeeld worden over omgevingen en bronnen.

Self-hosted integration runtimes die gedeeld worden over omgevingen en bronnen.

Onomkeerbaar

Het aanmaken van een shared integration runtime kan niet ongedaan gemaakt worden.

Update Environment

Route: /admin/environments. Werk elke omgeving bij naar de laatste Yres-versie. Dit start een deployment (CI/CD-pipeline) voor de gekozen omgeving.

Update environment: kaarten per omgeving (dev/prd) met de huidige YRES DWH-versie en een "Already up to date"-status.

Per omgeving (dev / prd) een kaart met de huidige YRES DWH-versie en, als er niets te doen is, de status "Already up to date". Bijwerken werkt de DWH bij en publiceert de data factory opnieuw.

  1. Kaart per omgeving — elke omgeving (Development, Test, Production) heeft een eigen kaart.
  2. Versie + laatste CI/CD — toont de huidige DWH-versie en de State / Result / Ran-datum van de laatste deployment.
  3. Ordening — werk in volgorde bij: een niet-dev-omgeving toont "werk eerst de vorige omgeving bij" totdat de eerdere omgevingen actueel zijn.
  4. Deploy-bevestiging — bij het bijwerken zet Yres de database-servicetier tijdelijk terug naar de standaardtier; na bevestiging volgt het deployment-statusscherm.
Advies

Test een nieuwe versie eerst op dev (en eventueel test) voordat je prod bijwerkt. Zie de release notes voor de inhoud van een update.

Theme

Route: /admin/theme. White-label Yres per organisatie: upload een eigen icoon en login-achtergrond, kies een merkkleur, stel blur in en bepaal de standaardmodus (licht / donker / systeem).

Theme: upload een eigen icoon en login-achtergrond, kies een merkkleur, blur en licht/donker/systeem-modus, met een live login-preview.

Upload een eigen icoon + login-achtergrond, stel een merkkleur, blur en licht/donker/systeem-modus in; een live preview van de login-pagina toont het resultaat. White-labeling per organisatie.

Environment admin (omgevingsspecifiek)

De volgende schermen gelden per omgeving. Wissel van omgeving met de omgevingsschakelaar rechtsboven voordat je iets aanpast.

Azure Resources

Route: /admin/azure/resources. Overzicht van de gekoppelde Azure-resources: naam, type, locatie en een directe hyperlink naar de resource.

Azure Resources: tabel met de geprovisionde resources (Data Factory, Key Vault, SQL Server, SQL Database, Storage) met type en locatie.

De tabel toont de geprovisionde Azure-resources voor de omgeving — Data Factory, Key Vault, SQL Server, SQL Database en Storage — elk met hun type en locatie.

Change deployment rules (Change overwrites)

Route: /admin/changeoverwrites (alleen voor organisaties met meerdere omgevingen). Vertaal objectnamen tussen omgevingen, bijvoorbeeld ERP_DEV.Product (dev) → ERP_TST.Product (test) → ERP.Product (prod).

Change deployment rules: objectnamen mappen tussen omgevingen (OLD → NEW: source/schema/table), bijv. CRM_DEV → CRM_PRD.

Map objectnamen tussen omgevingen (OLD → NEW: source/schema/table), bijv. CRM_DEVCRM_PRD, zodat een change per omgeving de juiste fysieke objecten raakt.

Pas deze regels toe vóór het importeren van een change in de doelomgeving. Vaak gecombineerd met Source/Schema/Table-overwrite zodat de tabelnaam in alle omgevingen stabiel blijft.

Data Warehouse Logs

Route: /admin/dwhlogs. Bekijk en filter de logs met stap-voor-stap acties van uitgevoerde stored procedures, op datumrange, type stored procedure en severity. De logregels komen uit [Config].[ProcessLog] in het datawarehouse.

DWH logs: filterrij (datum, procedure, log-level), een logtabel en een stappen-modal met de mislukte stap en een ADF-link.

  1. Datumfilter — beperk de logregels tot een periode.
  2. Procedure- en log-levelfilters — filter op een specifieke stored procedure en op severity (Information / Warning / Error / System Error / Dump), met een operator equal of equal and worse.
  3. Clear error count — wist de rode foutteller-badge die naast "DWH logs" in de sidebar verschijnt zodra er DWH-fouten zijn.
  4. Info-icoon — opent een stappen-modal met de stap-voor-stap-uitvoering van de procedure.
  5. Mislukte stap — de modal toont per stap de status en de foutmelding, met een link naar de bijbehorende run in Azure Data Factory.

DWH logs - Log Steps: de stap-voor-stap-uitvoering van een stored procedure met tijdstempels. De Log Steps-modal: per stap de status en het tijdstip; bij een fout een directe link naar de ADF-run.

Niet op Development

Data Warehouse Logs zijn niet beschikbaar op de Development-omgeving. Gebruik op dev de logs onder Monitoring en de DWH-processen.

Environment Settings

Route: /admin/dbsettings. Per omgeving instelbare DWH-instellingen.

DWH settings: tabel met setting-naam en waarde per omgeving, met een edit-modal met een veld per setting.

  1. Settings-tabel — toont per setting de naam en een leesbare waarde voor de gekozen omgeving.
  2. Edit-modal — per setting het juiste invoerveld (combobox voor tiers, vrije tekst voor schema-namen, getal voor opslag, alleen-lezen voor versies).
  3. Tier + opslag — de min/max opslag (GiB) hangt af van de gekozen servicetier (S0–P15).
  4. UsePagination-waarschuwing — het scherm waarschuwt bij paginatie-gerelateerde instellingen.
Configureer vóór de eerste bron

Stel deze instellingen in voordat je de eerste bron toevoegt, voor consistentie. De Stage- en HIS-schema-instellingen moeten in sync zijn tussen omgevingen — anders sluiten changes niet op elkaar aan.

De belangrijkste instellingen. De namen in de tabel zijn de werkelijke namen zoals opgeslagen in [Config].[Settings] (de Yres-documentatie hanteert plaatselijk een afwijkende hoofdletterschrijfwijze; die staat tussen haakjes vermeld).

Setting (opgeslagen naam)DefaultBetekenis
DefaultStoreROWRow- (default) of column-georiënteerde opslag voor STAGE. Row = efficiënt lezen/schrijven, column = queries.
DefaultKeepStage0De staging-tabel na een delta-load truncaten (0 = No) of de records bewaren (1 = Yes). De load-engine leest per tabel de kolom keepStage; deze setting bepaalt vooral de standaard bij het toevoegen van een tabel.
DefaultOdsMemOptimized (doc: DefaultODSMemOptimized)0Bedoeld om ODS/HIS-tabellen memory-optimized op te slaan. Zie de waarschuwing onder de tabel.
DefaultStageMemOptimized (doc: DefaultStageMemOptimize)0STAGE-tabellen memory-optimized opslaan.
DefaultServiceTier / HighServiceTierStandard_S0 / standard_S1Basis-Azure-SQL-servicetier en de tier waarnaar opgeschaald wordt onder hoge load.
AutomaticDatabaseScaling1Database automatisch schalen voor managed loads. Op 0 wordt opschalen overgeslagen.
DefaultSurrogate0Automatisch surrogate keys aanmaken voor de natuurlijke sleutel (opgeslagen in [LoadManagement].[SurrogateKeys]; per tabel te overschrijven).
UsePagination / PageSize1 / 10000Grote STAGE→HIS-merges in pagina's verwerken. Bij PageSize = OPTIMAL bepaalt Yres de paginagrootte zelf.
retryCount (doc: RetryCount)1Aantal keren dat een mislukte pagina opnieuw geprobeerd wordt (in de proc valt een lege waarde terug op 3).
SchemaHIS / SchemaStageODS / STAGENamen van het HIS- en STAGE-schema. SchemaHIS staat standaard op ODS, niet op HIS.
storageSize (doc: StorageSize)5Maximale opslag in GiB (afhankelijk van de servicetier).
BiDashboardUrl / BiDashboardHeight (doc: BIDashboardUrl/Height)NULL / 400Embed-URL en hoogte van het PowerBI-dashboard.
AllowUpdatesInIrisSchemas, AllowDeletesFromDB, AllowSettingsUpdates, AllowLogManipulation0Of gebruikers direct in de database mogen wijzigen / verwijderen / instellen / logs bewerken.
EnvironmentTypeDTAP-type van deze omgeving (DEV / TST / ACC / SND / PRE / PRD).
Twee bekende code-afwijkingen

Twee instellingen gedragen zich in de huidige DWH-code anders dan hun naam suggereert (geverifieerd tegen de code):

  • DefaultOdsMemOptimized wordt door de fallback-functie fxGetOptimized effectief niet gelezen (beide takken verwijzen naar de STAGE-setting). De per-tabel-kolom odsMemOptimized werkt wél. Of dit een bug is of bewust uitgeschakeld, is niet uit de repository af te leiden.
  • De setting wordt geseed als AllowUpdatesInIrisSchemas (met "Iris"), terwijl de health-check de naam AllowUpdatesInYresSchemas (met "Yres") verwacht. Zolang de namen niet gelijk getrokken zijn, kan de health-check deze setting zowel als ontbrekend (9.03) als onbekend (9.04) markeren.

Health Checks

Route: /admin/healthchecks (beschikbaar vanaf versie 1.51). Toont de status van de DWH-kant van Yres vanuit de webapp. De controles zijn gebaseerd op de view [Maintenance].[vwYresChecks] (het bronbestand heet nog vwIrisChecks.sql). De view bevat de verwachte lijst objecten en instellingen en markeert veelvoorkomende issues, vaak met een foutmelding en soms met een SQL-script om het te herstellen.

Health checks: overzicht met geslaagde, waarschuwings- en foutchecks, plus een uitgeklapte fout met een SQL-fixscript.

  1. Status per check — elke controle is OK, Warning of Error.
  2. Foutmelding — bij een afwijking toont de check een omschrijving van het probleem.
  3. SQL-fixscript — sommige checks bieden een kant-en-klaar script om de issue op te lossen.
  4. Run met voorzichtigheid — voer een script alleen uit als je het begrijpt.
Wees voorzichtig met scripts

Een gegenereerd fixscript wijzigt rechtstreeks de database. Voer het alleen uit als je zeker weet wat het doet en overleg bij twijfel met een Yres-admin.

PowerBI Dashboard

Route: /admin/powerBiDashboard. Toont een PowerBI-rapport binnen de webapp via een embed-URL (ingesteld met de setting BiDashboardUrl).

Meer admin-schermen

Naast bovenstaande bevat de Admin-sectie ook:

  • Global type mapping (/admin/globaltypemapping) — de org-brede standaard datatype-mapping (LoadManagement.GlobalTypeMapping).
  • Theme (/admin/theme) — upload logo en achtergrond, blur, primary color en de standaard licht/donker-modus.
  • Power BI credentials (/admin/powerBiCredentials) — beheer de PowerBI-tenantcredentials.

Zie Webapp-schermen voor de volledige lijst routes en velden.